2019 - 3de zondag door het jaar © Harrie Brouwers. Voerendaal





JE DOET ERTOE





EVANGELIE ALS VERHAALTJE
Jezus zoekt leerlingen. ‘n Bekend verhaal. We zijn ermee opgegroeid. We hebben het geleerd in de catechismus. God was mens geworden en Jezus stichtte een kerk. Het eerste wat hij deed, was het roepen van twaalf apostelen. Voor velen is dat het geloof - een verhaal dat je aanneemt en toevoegt aan je kijk op de wereld. Het bijbelverhaal, als een uitbreiding van de werkelijkheid. Als een soort extra kennis over hoe de wereld in elkaar zit. Zo is het geloof náást, of soms zelfs tegenòver de wetenschap komen te staan.
Maar ik denk dat dit te eenvoudig is. Te makkelijk ook. Het geloof is namelijk iets veel spannenders. Het is zoveel meer dan een verhaal dat bij ons wereldbeeld wordt opgeteld. Geloof is een gevoeligheid voor de echtheid van het leven, de kwetsbaarheid ook. Het is een avontuur. Het kijkt met fantastie en met hoop. Het maakt een ervaring rijker. Het is zoveel meer dan een saai verhaal uit vervlogen tijden en over heilige boontjes. En dat geldt ook voor het evangelie van vandaag waarmee Marcus het avontuur van Jezus begint: de keuze van de twaalf. Het belang ervan is niet dat het een voorval is uit de oudheid, maar dat het gaat over mijn eigen bestaan, hier en nu! God roept leerlingen en dat is een eeuwigdurend proces. Niet een eenmalige anekdote.

EVANGELIE ALS AVONTUUR
We moeten de bijbel maar eens anders gaan lezen. Het is geen ver-van-mijn-bed-show!  Zie het eens als een uitnodiging om jezelf opnieuw te ervaren. De vraag is niet hoe sla ik het verhaal in mijn geestelijke bagage op, maar waar sta ik zelf ín dit verhaal.
De evolutie beschrijft de weg van de wordende mensheid. Het verhaal van Gods menswording is niet iets dat daarop volgt. Eerder is het de ziel van alles. Het geloofsverhaal beschrijft, hoe het mijzelf vergaat als ik geroepen wordt. Het maakt me attent op het geheim van het leven dat zich aan mij voltrekt. Aan u dus! Dat ik argeloos door de wereld loop, op zoek naar veiligheid en naar mijn pleziertjes, en dat ik dan ineens iemand tegen kom, die een beroep op me doet. Ik kan me er niet aan onttrekken. Het heeft iets dwin-gends. Want in het beroep dat een ander op mij doet, ervaar ik de zin van het bestaan. Het is een stem die komt uit het goddelijk domein. Als ik me er van afwend, sta ik niet langerin een zinvolle samenhang met alles wat er is. God roept mij. Het gaat er niet om wat eertijds Petrus overkwam en wat we nu devoot herlezen. Nee, het gaat over wat er elk moment aan mij gebeurt. Als een ander je roept, wordt de zin van je leven geopenbaard. God roept. We mogen mee. We staan te vissen, of wij rijden in een vrachtwagen, we lopen gehaast met boodschappen door het dorp, we brengen kleinkinderen naar school, we staan in de foyer op koffie te wachten of zijn ingedommeld in de intercity naar de Helder, en dan..., zomaar, midden in het leven, worden we geroepen.

GEROEPEN DOOR GOD
Meestal komt dat ongelegen. Iemand kijkt je aan. Je ziet droefheid in de ogen. Je staat bij de kassa. Je knikt beleefd en rekent af. -  Een kind staat te dreinen en te trappelen. Wat heeft het thuis meegemaakt? Waarom is het zo boos en zo gefrustreerd. Verwend nest! Je wendt de blik af. Het kind blijft gevangen in zijn eenzaam lot. -  De televisie laat een gironummer zien. Een makkelijk nummer. Om te onthouden. Je ziet Afrikaanse moeders die iets voor ondervoede kinderen doen. Je ziet vooral een strijkstok en zapt verder.  -  Je had gevraagd: ‘Hoe maakt u het?’ De ander trekt een zorgelijk gezicht: ‘Tja..., naar omstandigheden!’ Je kunt blijven staan en zwijgend belangstelling tonen. Je kunt ook zeggen ‘Allèh dan mèr!’ en doorlopen. Het dagelijks leven, terwijl we aan het wandelen zijn, of aan het vissen, of naar de tv kijken, het zit vol met beroep dat op ons gedaan wordt. Teveel om op in te gaan. Het appelleert aan ons geweten. We verdringen het vaak met een licht schuldgevoel en een excuus. Maar als je erop ingaat, dan betreedt je het domein van de zin van je bestaan. Het is daarom dat je leeft. Omdat iemand je nodig heeft. Het gaat om niets meer of minder dan de plek die je inneemt in het geheel van het mysterie van het zijn. Het gaat om de stem van God. Het gaat om de ontmoeting met de Barmhartige. 
Het leven dat u met moeite en pijn soms, maar on-getwijfeld ook met diep geluk en ontroering, lijdt, dat is iets ontzagwekkends. Het is iets heiligs. Er schuilt een bedoeling achter en dat geheim wordt telkens opnieuw duidelijk als we ons geroepen wetyen. Als iemand ons nodig heeft, als we staan te vissen, of staan te strijken, of tijdens het stofzuigen of in de dierentuin, telkens opnieuw is het God die in een of andere gestalte ons degene laat zijn die het verschil kan maken. Zo bijzonder is het leven!
 

GIJSJE
Lieve kinderen. Als je aan Gijsje vroeg hoe oud hij was, dan stak hij drie vingers in de lucht, maar je kon zien dat een vierde vinger aarzelend probeerde om ernaast te komen staan. ‘Ben jij al vier?’ Gijsje knikte trots en opgelucht. ‘En hoe heet je dan?’, ging ik verder. ‘Gijsje !’, zei Gijsje . ‘En hoe heet je nog meer? Heb je ook een achternaam?’ ‘Gijsje Afblijven!’, zei Gijsje met een ernstig gezicht. Zijn moeder schoot in de lach. ‘Gijsje kan nergens met zijn vingertjes van af blijven; hij zit altijd overal aan, in de winkel, in de kerk, op straat. Daarom zeg ik wel honderd keer op een dag: Gijsje Afblijven!’ In werkelijkheid heet hij natuurlijk anders: Gijsje van de Grijp.’ ‘Afblijven’, gilde ze direct er achteraan want Gijsje greep juist een stok om in de hondenpoep te roeren.