Belokenpasen - 50-jarig priesterfeest © Harrie Brouwers, Voerendaal



BALANS



IS DAT ALLES?!
Als ik terugkijk trekt een stukje dramatische kerkgeschiedenis aan me voorbij, en een gelukkig leven. En... het lijkt bijna niets! 
Mijn lieve broer Twan was ooit getuige van een adembenemende zonsverduistering in Noord Frankrijk. Daar hoorde hij hoe een Belg na afloop een ontluisterende opmerking maakte, namelijk: ‘Was dat alles...?’ En toen voegde hij er nog aan toe: ‘dan zal het einde van de wereld ook wel tegenvallen!’ 
Ergens, diep in mijn ziel herken ik dit. Als kind heb ik vaak het gevoel gehad: ‘Is dit alles?’ Als mijn moeder ons ‘s morgens gewekt had met de opgewonden mededeling dat er sneeuw lag, en je dan verkleumd met ijzige wanten buiten stond...: is dit alles? Een jaar na mijn wijding hoorde ik dit angstig mooi vertolken door Peggy Lee. Ze bezingt hoe ze als klein meisje aan de hand van haar vader uit een brandend huis vlucht en buiten bij de vuurzee in haar pyjamaatje denkt: ‘is dit alles?’ Het gevoel herhaalt zich als ze voor het eerst een circusvoorstelling bezoekt, en later als ze verliefd is.  Luister maar ‘ns!  << geluidsfragment1 >>
Hoe bijzonder het circus en de liefde ook zijn, kennelijk ligt er op de bodem van onze ziel een heimwee naar een paradijs, waarbij de meest fantastische ervaring verbleekt. Peggy Lee moet niet teleurgesteld zijn, maar het nog dieper gelegen verlangen koesteren als een schat. 
De filosoof Ludwig Wittgenstein heeft iets gezegd waar ik vaak over nadenk: ‘de zin van een systeem ligt altijd buiten het systeem.’ Helder. De zin van een auto is niet het stuur en zelfs niet de motor. Dat zijn onderdelen. De zin ontleent een auto aan de mens die ermee naar Frankrijk rijdt. De zin van ons bestaan is niet lekker eten of dansen, hoezeer we dat vooral maar moeten doen, maar ze ligt ergens in het mysterie van alles wat er is en niet is, kan zijn en zal zijn. De tijdgeest lijkt zich met de dagelijkse genoegens tevreden te stellen. De reclame op de televisie dicteert de zin van het bestaan. Peggy Lee dreigt ons credo te worden: het leven als één grote teleurstelling. Maar waarom voelt het dan toch als een fantastisch geschenk?
 

LAAT ZE MAAR PRATEN!
Ik weet niet of u ooit mijn mobieltje hebt gehoord. Soms gaat het over terwijl ik achter het altaar sta. Mijn oude Nokia stond zo zacht dat ik het alleen zelf  hoorde. En als het iets te hard stond dan keek ik wat geërgerd om me heen alsof het alarm vanonder een misdienaarstoog kwam. Op mijn telefoontje had ik zelf een melodietje ingevoerd, zodat ik het geluid kon onderscheiden van alle andere. Ik zal het eens laten horen? << geluidsfragment2 >> Herkent u het? 
Het is de eerst zin van een lied, gezongen door de Ierse groep Boyzone, twintig jaar geleden; ik had net mijn eerste mobieltje. Een trouw-stelletje liet het in de mis draaien. De twee hadden namelijk veel tegenstand ondervonden van de familie. Hààr ouders vonden hun dochter te goed voor een automonteur. En zìjn ouders vielen zwaar over de gezondheidsklachten van het meisje. Daarom wilde het paar na het ja-woord laten horen: ‘No matter what they tell us, No matter what they do, What we believe is true!’ << geluidsfragment3 >>
Kan niks schelen wat ze zeggen..., over onze genen, oerknal of zwaartekrachtgolven. Die beschrijven zeker een wetmatigheid, maar ze nemen mijn vreugde niet weg dat ik leef, dat ik voortkom uit dit alles en dat mijn leven zin heeft. Die zin valt buiten dit systeem, ze is verborgen voor mijn waarneming. Als ik wel eens denk ‘Is dit alles...?’, dan komt die gedacht voort uit een geheim vermoeden van zoveel meer. ‘No matter what they tell us, what we believe is true.’ Thomas concludeerde het toen hij de sporen van het lijden mocht aanraken. Er is een diepere zin, natuurlijk, God dank!
 
50 JAAR VERANDERINGEN
Toen ik me 50 jaar geleden liet wijden was er een ander religieus klimaat. In het collectieve bewustzijn van jong en oud was veel plaats voor het mysterie en voor verwondering; er was een collectief ideaal van hoe de wereld er uit moet zien, maar er was zeker ook, teveel moeten. Thans wordt godsdienst met achterdocht bekeken. Je bezinnen op de moraal, je verwondering uitzingen, dat moet je tegenwoordig liefst buiten de publieke ruimte doen. Voor de kerk is het moeilijk om de jeugd te bereiken. Ten onrechte maken gelovige ouders zichzelf verwijten over de opvoeding. Het heeft geen zin. Godsdienst staat voor een gigantische uitdaging. Als ze zich in west-Europa wil handhaven dan zal ze de aansluiting aan de cultuur moeten terugvinden waarvan ze sinds de opkomst van de wetenschappen en de Franse revolutie, is vervreemd. Ze moet weer de draagster worden van een onbaatzuchtige verwondering en eerbied voor het leven. Met hoge idealen om naar te reiken en weinig wetten, met poëzie en liederen en weinig dogma’s, met plek voor jongeren en vrouwen en hart voor dieren. Kortom, met het evangelie! Dan is er toekomst.
In mijn studietijd voorspelde de godsdienstsociologie, dat de kerk van 2020 een diaspora-kerk zou zijn. En wij zouden ervoor moeten zorgen, dat ze geen getto werd. 
Dat die 50 jaar zo snel voorbij gingen, heeft me verrast. In elk geval waren ze boeiend. Het was een feest om met kinderen te praten over het leven, om mensen te ontmoeten in hun verdriet, de gastvrijheid te genieten waarmee u mij binnenliet in de geheimen van uw leven, de hartverwarmende momenten dat er eens flink gelachen werd in de kerk en je kon voelen dat je samen mens was. Daaraan hebben bij mij de toestanden in de kerk, de domme benoemingen, de worsteling met de ethiek, geen afbreuk gedaan. En zelfs niet het feit dat dat gezellige, bescheiden, democratische kerkgebouw van Kunrade gesloten wordt. Ik was er de tweede en laatste pastoor, maar het is er zeer mooi geweest!

ZIN
We aten vroeger als toetje op vrijdagmiddag een sinaasappel. Let wel, èèn sinaasappel voor het hele gezin. Mijn moeder sneed de schil er voorzichtig, in segmenten, af zodat we ze nog onder de lippen voor de tanden konden steken om aapje te spelen; vervolgens werd het wit van het vruchtvlees getrokken en dan werden de partjes verdeeld. Ik was ervan overtuigd dat sinaasappels in partjes geschapen waren teneinde ze makkelijk te kunnen delen aan tafel. De schepping was niet gereduceerd tot een ‘struggle for life’. De zin van het systeem lag nog buiten het systeem: namelijk bij ons aan tafel. De wonden van Jezus werden ook Thomas’ wonden; en de zin ervan was liefde.

KINDEREN
Lieve kinderen. Ik ben nu al 50 jaar pastoor. Ik heb veel verhalen gehoord, maar de mooiste kwamen van jullie. Ik had ooit op de eerste communieklas van de Heerlerbaan over Jezus verteld. Bart stak zijn arm in de lucht. ‘Zeg het maar Bart, wat wou je vragen?’ ‘Die Jezus’, zei Bart nadenkend, ‘heb jij die eigenlijk nog meegemaakt?’... 
En tijdens een rondleiding in de kerk vroeg Erwin: ‘Waarom staat er Dautzenberg onder dat raam?’ ‘Als jij later heel rijk bent, en je denkt: ik wil wel eens wat mooiere ramen in de kerk, met de dames van K3 erop bijvoorbeeld, dan laat je die maken door een kunstenaar, je betaalt ze en dan vraag je aan mij of je ze met je naam eronder mag laten plaatsen. Snap je?’ Erwin keek me met enig ongeloof aan en zei: ‘Tegen de tijd dat ik rijk ben, hoe oud ben jij dan eigenlijk?’ Maar het liefste was Madelon. Ik had aan de kleuterklas gevraagd: wie heeft een idee hoe we de wereld een beetje mooier kunnen maken? Madelon hoefde daar niet lang over na te denken. ‘Ik weet wat’, zei ze verlegen, ‘dan hangen op straat overal slingertjes op.’ 
Jullie vragen waren veel beter dan mijn antwoorden! En als jullie je ooit afvragen: Is dat alles? Reken maar van niet! Er is veel meer dan we kunnen fantaseren.
 
 

Raymond Blezer
Ik was die dag een toevallige voorbijganger niet wetende dat u uw jubileum priesterschap vierde. De dienst was prachtig en de preek indrukwekkend. Ook was ik blij verbaasd hoe dankbaar de gemeenschap was voor uw werk. De staande ovatie was toch een groot gebaar.
Ik hoop dat u nog vele gezonde en gelukkige jaren zult beleven en dat de gemeenschap nog veel profijt mag hebben van uw inzichten. Ik ben weer bevestigd in het voornemen om uw kerk weer wat vaker te bezoeken.
Het gaat u goed.