2018 - 21ste zondag door het jaar - oogstdankfeest © Harrie Brouwers, Voerendaal



TERWIJL DE BOER SLAAPT...



RISICO'S
De inspecteur bezoekt de lagere school. Hier en daar stelt hij de leerlingen een vraag. ‘Wat is het kwadraat van vier?’ ‘Hoe heet de hoofdstad van Finland?’ ‘Wanneer is de stad Rome gesticht?’ En ook: ‘Wie verwoeste de muur van Jericho?’ Jantje begon ervan te stotteren en zei zo verontwaardigd mogelijk: ‘Ik niet, meneer! Echt niet! Ik krijg altijd de schuld.’ De inspecteur evalueert zijn visite met het hoofd: ‘In groep zes zit een jongetje, Jantje geloof ik, die begon heel hard te roepen “ik niet!”, toen ik vroeg wie de muur van Jericho had verwoest.’ Het hoofd van de school knikt geruststellend naar de inspecteur en zegt: ‘Hoe dan ook, we zijn er goed voor verzekerd. hoor!’ 
Verzekeringen spreiden tegenwoordig de risico’s van het bestaan, maar van oudsher waren boeren erg afhankelijkheid van de grillen van de natuur, ziektes, blikseminslagen en andere weersomstandigheden. De oogst kon mislukken buiten je schuld. Een jaarinkomen voor je gezin kon verloren gaan. Misschien was een goede boer dan ook een man die met een zekere nuchterheid, Iemand die in staat was om de omstandigheden te aanvaarden, zoals ze kwamen. Je kunt een zaadje niet forceren, evenmin de regen afdwingen. Je kunt maar beter gaan slapen en de schepping zijn wonder laten doen. 

GEDULD
Jezus gebruikt dit beeld van de boer die de schepping zijn gang laat gaan. Na gedane arbeid rust hij uit, en laat het wonder van de schepping gebeuren in de schoot van de aarde. Zo mag je je ook het koninrkijk van God voorstellen, zei Jezus. 
Er was in het oude Rusland een boer die hard werkte om rond te komen. Hij bezat een stuk grond en een paard. Hij had een vrouw en een zoon en hij werkte van de vroege ochtend tot de late avond en keek elke ochtend en elke avond naar de lucht om te schatten welk weer er zou komen. Op een kwade ochtend ontdekte hij dat zijn paard verwenen was. Het was ontsnapt door een zwakke plek in de omheining. De dorpelingen beklaagden de boer: ‘Arme man. Heb je zo je best gedaan, en nu is je kostbaarste bezit verdwenen!’ Maar de boer zei alleen maar: ‘We zullen wel zien. Misschien hebben jullie gelijk.’ De volgende dag stond het paard weer in de wei. Het was die nacht  teruggekomen, met nog drie witte, wilde merries bij zich. De dorpelingen verdrongen zich om de wei. ‘Wat een geluk, wat een hoofdprijs!’, riepen ze. Maar de boer zei alleen maar: ‘We zullen wel zien, misschien hebben jullie gelijk!’ Die zelfde dag begon de zoon met de dressuur van de wilde paren. In een poging bij een van hen op de rug te klimmen, werd hij krachtig in de lucht geslingerd en brak zijn rug. Hij kwam in een rolstoel terecht en de dorpelingen kwamen klagen: ‘Wat een ongeluk! Is zijn einige zoon een invalide geworden!’ Maar de boer zei enkel: ‘We zullen wel zien, misschien hebben jullie gelijk.’ De volgende dag verschenen zes zoldaten van de tsaar in het dorp. Ze namen alle jongemannen mee voor de oorlog. Niet een keerde terug. Alleen de boerenzoon in de rolstoel ontkwam zijn lot. ‘Wat een geluk heeft die boer’, knarsetandden de dorpelingen, maar de boer zei alleen maar: ‘We zullen zien!’

OPGAVE EN OVERGAVE
De zin van wat er in de wereld en in je leven gebeurt, blijkt pas als je het geheel kunt overzien, en dat kunnen we nooit. Uiteindelijk zijn we genodigd om de schepping te vertrouwen. Zoals de boer gaat slapen en de goedheid en de liefde hun werk laat doen. Laat je maar verrassen door wat zij tot stand brengen. Dat is misschien wat we mogen leren van een boer: het besef dat we afhankelijk zijn, dat we keihard kunnen werken, maar dat ons hele bestaan uiteindelijk een geschenk is.
Een theoloog probeerde ouders gerust te stellen met deze parabel. De ouders maakten zich zorgen erover, dat hun kinderen niets meer aan het geoof deden, en zij hadden nog wel zo hun best gedaan en het goede voorbeeld gegeven. ‘Als je het goede zaad gestrooid hebt, ga dan gerust slapen. Laat het zijn werk doen, het zal uit eigen kracht ontkiemen, terwijl de boer slaapt...’ Aldus luidde zijn geruststelling. In Nijmegen studeerde een groep meisjes af in de pastoraal theologie. Ze hadden een werkstuk gemaakt. De titel luidde: ‘Terwijl de boer slaapt..., ligt de boerin wakker!’ We mogen ons best doen en ons inspannen om een betere wereld te scheppen, we mogen ons zorgen maken over het klimaat en de vruchtbaarheid, maar we moeten ook vertrouwen op die wonderlijke krachten die in de natuur gelegen zijn. Misschien is dat ons behoud! Hoe meer we de schepping bewonderen en hoemeer ontzag zij ons inboezemt, des te eerbiediger en genadig gaan we met de planten en de dieren om!
 
ONGEDULD
Lieve kinderen. Er was eens een mannettje dat heel snel rijk wilde worden. Hij dacht: ik ga slaplantjes uitzetten en dan verkoop ik de kroppen op de markt. Maar dat viel niet mee. Elke ochtend zat hij met zijn neus in de modder te turen. Eindelijk kwam er een lichtgroen blaadje tevoortschijn. Om het blaadje heen schoten weegbree en paardenbloemen omhoog, maar het sla-plantje nam zich alle tijd. Het mannetje begon aan het plantje te trekken ‘Ik zal je helpen’, fluisterde hij. Eerst deed hij het voorzichtig, maar al gauw ging hij harder trekken en tenslotte had hij niets meer over dan wat weegbree voor zijn konijn en een bosje paardenbloemen voor zijn vriendin, want weet je? Eigenlijk zocht de boer een vrouw! 



 

Jacques
test of het lukt