2018 - 22ste zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal



JE KUNT OOK TEVEEL POETSEN!





BANGE AAP
U hebt vast wel eens de uitdrukking gehoord: ‘de mens is een bange aap!’ Er wordt mee bedoeld, dat gedurende een lange evolutie, de voorzichtige exemplaren overleefden en de waaghalzen eerder jong stierven. Zo zou de evolutie, tot aan onze geboorte toe, een wezen hebben voortgebracht, dat een boel angst in zijn lijf heeft zitten. Op een of andere manier moeten we die angst beheersen of verdringen. Je kunt hem immers niet zomaar wegredeneren. 
Ouders leren hun kinderen al jong om met angst om te gaan. Met geduld en lieve woorden leiden ze hem binnen in de bewusteloosheid van de nacht, en in dromen vol gevaren. Ze laten een lampje branden, vertellen een verhaaltje voor het slapen gaan met de veilige slotzin: ‘...en ze leefden nog lang en gelukkig!’ Ze laten de foto van oma kussen, en een reliëfplaat van een konijntje strelen. Ze leggen een knuffel naast hun wang en zingen een wiegelied. Misschien bidden ze nog een kort gebed van overgave! 
Later leren kinderen de gevaren zelf onder ogen te zien. Ze experimenteren, dagen elkaar uit, en nemen voorzichtig een spin in de hand. Ze zoeken films op die hun laten griezelen. Ze vleien zich tegen mamma en pappa aan als de muziek aanzwelt in een donkere bioscoop. Ze gaan begrijpen wat elektriciteit is, en hoe wolken met veel gedonder kunnen ontladen. 
Ondanks al die geruststellingen kan angst plotseling oplaaien. Als je ‘s nachts vermoeid thuiskomt en het gordijn waait plotseling in je gezicht omdat een raam openstond..., als je ineens gierende remmen hoort in je straat..., als de stewardess in het vliegtuig plotseling door het gangpad naar voren rent..., als de dokter zijn handen bij elkaar vouwt, de ogen sluit en met zachte stem zegt: ‘Hoe zal ik het u uitleggen...’ De angst kan panische vormen aannemen en soms zo fel worden dat hij alleen met pillen kan worden gedempt. Het kan ons allemaal overkomen, want bange apen zijn we! 

TEGEN DE ANGST
Dikwijls wordt angst bestreden met een dwangmatige handeling. Mensen beelden zich in dat ze niet werkelijk zijn overgeleverd aan het kwaad, maar dat ze iets kunnen doen om het af te weren. Een vrouw vertelde met ooit: als de telefoon gaat, dan denk ik altijd eerst: ‘misschien ligt een van de kinderen in het ziekenhuis...’, dan pas neem ik op, en ben niet bang dat er echt iets gebeurd is. Maar als ik onnadenkend opneem, grijpt de paniek me bij de keel: ‘nou zal je het hebben!’ Of iemand slaat bij het lopen telkens één stoeptegel over, en voelt lichte paniek als dat een keer  niet lukt, want dat roept kwaad af. Zo hebben mensen hun gelukshemd of zwembroek, hun medaille, schietgebedje of wijwater. Ik heb eens een oudere dame gekend die altijd achter elke zin zei: ‘Es God bleef...’ Ze zei dat niet alleen achter elke zin die ze sprak, maar ook achter elke zin die ík sprak. Als ik bijvoorbeeld zei: ‘Dan tot volgende maand maar weer’, dan corrigeerde ze mij: ‘Es God bleef!’ Enerzijds vond ik het ontroerend, hoe deze oude vrouw in haar wijsheid besefte hoezeer ze de touwtjes van het leven niet zelf in handen hield, anderzijds leek haar een neurotische angst parten te spelen die de toverspreuk: ‘Es God bleef!’ moest bezweren. Door spreuken, poetsen, kleding of gebaren wordt angst bestreden.

LIEFDE VOOROP
Jezus ziet hoe de farizeeërs allerlei wetten scrupuleus ten uitvoer brengen. Ze zijn er de hele dag mee bezig. Ze ergeren zich heftig als anderen er slordiger mee omgaan. Ze vrezen de wraak van God, als ze één pas teveel hebben gezet op sabbat, of de tienden van de oogst niet exact hadden afgewogen. Jezus ziet dat hun verknochtheid aan de wet geen liefde voor God is maar pure angst, en hij valt hen daarop aan. ‘Doe wat je niet laten kunt, maar denk niet, dat de manier waarop jullie met de wetten omgaan, iets met godsvrucht te maken heeft. 
Een vrouw deed een klein snufje kaneel over de pruimenvlaai. Ze hield het kruidenbusje wel een meter hoog boven het gebak. Het mocht maar weinig zijn. Toen ik er naar haar keek, legde ze uit: ‘Dat deed mijn moeder ook altijd.’ Die had er ooit hetzelfde gebaar bij gemaakt. Het was duidelijk dat ze uit liefde handelde. Moeder leefde zo een beetje met haar mee in elke vlaai. Zo is de wet bedoeld: als een band van liefde.
De kerk is streng geweest en nog, als het gaat om huwelijk, om vriendschap, om leven en dood. Dik-wijls liet en laat ze zich dan leiden door angst. Jezus zal het begrijpen, maar hij tekent erbij aan: daar gaat het in de wet niet om! Het komt erop aan of je ruimte maakt voor de liefde. Mensen moeten elkaar en God kunnen liefhebben, dat staat voorop. In dat licht lees je vervolgens de wet. Als die de liefde dienst, dan mag je hem volgen. Anders niet.

SLEKET
Lieve kinderen, Tante Mia kwam logeren. Ze had altijd een cadeautje bij zich, maar... dan moest Teun op zolder slapen en daar was hij bang voor. Maar hij wilde dat aan niemand laten merken, tenslotte was hij al zeveneneenhalf jaar! Hij had er het volgende op gevonden. Als hij naar boven moest, over de donkere trap, dan stampte hij altijd keihard op elke tree. Alsof hij aan de dieven, spoken, vleermuizen en ratten wilde laten weten: wegwezen, ík kom er aan! En dan floot hij tegelijkertijd ook nog een lied. Dan kon hij het kraken van de vloer, het huilen van de wind en het getik van de verwarming niet horen. Onder zijn bed legde hij zijn zaklamp klaar. Toen kwam tante Mia. ‘Kijk eens...' riep ze blij, ‘dit is voor jou.’ Teun opende een tamelijk grote doos. Erin zat een skelet, wel 40 centimeter groot. ‘Het geeft licht in het donker!’, legde Mia uit. Teun knikte tevreden en die nacht kroop hij uit zijn zolderbed. Sloop bij pappa en mamma op de kamer en zei zacht: ‘Ik leg me bij jullie. Ik kan niet slapen bij dat skelet!’






 

Jaap Huvers
Mooie woorden allemaal; hier en daar wat veel!
Paul Giesbertz
Wederom een inspirerende dienst en mooie preek. Dank daarvoor.
Er is uiteraard veel kritiek op de rk kerk, vanwege de misbruikzaken en bijbehorende doofpottenn. Maar in de kerk zit geen slechtheid, alleen in de mens zelf, dus ook in die pastoor, bisschop en, het is onvermijdelijk, ook de paus.
Ik kom, met mijn moeder, al lang, maar niet vaak, in de kerk, eerst alleen in Kunrade en nu dus in Voerendaal. Wel jammer dat er geen diensten meer zijn in Kunrade. Ik hoop dat de mooie kunstwerken een nieuwe plek hebben gevonden.